Home

Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000

Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000

HOOFDSTUK I TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1 Toepassingsgebied

1.

Deze verordening is, ongeacht de aard van het gerecht, van toepassing op burgerlijke zaken betreffende:

  1. echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk;

  2. de toekenning, de uitoefening, de overdracht, de beperking of de beëindiging van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

2.

De in lid 1, onder b), bedoelde zaken hebben met name betrekking op:

  1. het gezagsrecht en het omgangsrecht;

  2. voogdij, curatele en overeenkomstige rechtsinstituten;

  3. de aanwijzing en de taken van enige persoon of enig lichaam, belast met de zorg voor de persoon of het vermogen van het kind, of die het kind vertegenwoordigt of bijstaat;

  4. de plaatsing van het kind in een pleeggezin of in een inrichting;

  5. de maatregelen ter bescherming van het kind die verband houden met het beheer of de instandhouding van dan wel de beschikking over het vermogen van het kind.

3.

Deze verordening is niet van toepassing op:

  1. de vaststelling en de ontkenning van familierechtelijke betrekkingen;

  2. beslissingen inzake adoptie, voorbereidende maatregelen voor adoptie, alsmede de nietigverklaring en de herroeping van de adoptie;

  3. de geslachtsnaam en de voornamen van het kind;

  4. de handlichting;

  5. onderhoudsverplichtingen;

  6. trusts en erfopvolging;

  7. maatregelen genomen ten gevolge van door kinderen begane strafbare feiten.

Artikel 2 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. „gerecht”: alle autoriteiten in de lidstaten die bevoegd zijn ter zake van de aangelegenheden die overeenkomstig artikel 1 binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;

  2. „rechter”: de rechter of de drager van bevoegdheden gelijkwaardig aan die van een rechter, ter zake van de aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;

  3. „lidstaat”: alle lidstaten met uitzondering van Denemarken;

  4. „beslissing”: een door een gerecht van een lidstaat uitgesproken echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk, alsmede een door een gerecht van een lidstaat gegeven beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, ongeacht de benaming van die beslissing, zoals arrest, vonnis of beschikking;

  5. „lidstaat van herkomst”: de lidstaat waar de ten uitvoer te leggen beslissing is gegeven;

  6. „lidstaat van tenuitvoerlegging”: de lidstaat waar tenuitvoerlegging van de beslissing wordt gevraagd;

  7. „ouderlijke verantwoordelijkheid”: alle rechten en verplichtingen die ingevolge een beslissing, van rechtswege of bij een rechtsgeldige overeenkomst aan een natuurlijke persoon of aan een rechtspersoon zijn toegekend met betrekking tot de persoon of het vermogen van een kind. De term omvat onder meer het gezagsrecht en het omgangsrecht;

  8. „persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt”: elke persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind draagt;

  9. „gezagsrecht”: de rechten en verplichtingen die betrekking hebben op de zorg voor de persoon van een kind, in het bijzonder het recht de verblijfplaats van het kind te bepalen;

  10. „omgangsrecht”: omvat in het bijzonder het recht om een kind voor een beperkte tijd mee te nemen naar een andere plaats dan zijn gewone verblijfplaats;

  11. „ongeoorloofde overbrenging of niet doen terugkeren van een kind”: het overbrengen of niet doen terugkeren van een kind:

    1. wanneer dit geschiedt in strijd met het gezagsrecht dat ingevolge een beslissing, van rechtswege of bij een rechtsgeldige overeenkomst is toegekend overeenkomstig het recht van de lidstaat waar het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of niet doen terugkeren, zijn gewone verblijfplaats had;

      en

    2. indien dit gezagsrecht op het tijdstip van overbrenging of niet doen terugkeren, alleen of gezamenlijk, daadwerkelijk werd uitgeoefend, dan wel zou zijn uitgeoefend indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden. Het gezag wordt geacht gezamenlijk te worden uitgeoefend als een van de personen die, ingevolge een beslissing of van rechtswege, de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, de verblijfplaats van het kind niet kan bepalen zonder de instemming van een andere persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt.

HOOFDSTUK II BEVOEGDHEID

AFDELING 1 Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk

Artikel 3 Algemene bevoegdheid

Artikel 4 Tegenvordering

Artikel 5 Omzetting van scheiding van tafel en bed in echtscheiding

Artikel 6 Exclusieve aard van de bevoegdheden op grond van de artikelen 3, 4 en 5

Artikel 7 Residuele bevoegdheid

AFDELING 2 Ouderlijke verantwoordelijkheid

Artikel 8 Algemene bevoegdheid

Artikel 9 Behoud van de bevoegdheid van de vorige gewone verblijfplaats van het kind

Artikel 10 Bevoegdheid in gevallen van kinderontvoering

Artikel 11 Terugkeer van het kind

Artikel 12 Prorogatie van rechtsmacht

Artikel 13 Bevoegdheid gebaseerd op de aanwezigheid van het kind

Artikel 14 Residuele bevoegdheid

Artikel 15 Verwijzing naar een gerecht dat beter in staat is de zaak te behandelen

AFDELING 3 Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 16 Aanhangigmaking van een zaak bij een gerecht

Artikel 17 Toetsing van de bevoegdheid

Artikel 18 Toetsing van de ontvankelijkheid

Artikel 19 Aanhangigheid en onderling samenhangende procedures

Artikel 20 Voorlopige en bewarende maatregelen

HOOFDSTUK III ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING

AFDELING 1 Erkenning

Artikel 21 Erkenning van een beslissing

Artikel 22 Gronden tot weigering van de erkenning van beslissingen ter zake van echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk

Artikel 23 Gronden tot weigering van de erkenning van beslissingen betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid

Artikel 24 Geen toetsing van de bevoegdheid van het oorspronkelijke gerecht

Artikel 25 Verschillen in toepasselijk recht

Artikel 26 Geen onderzoek van de juistheid

Artikel 27 Aanhouding van de uitspraak

AFDELING 2 Verzoek om uitvoerbaarverklaring

Artikel 28 Uitvoerbare beslissingen

Artikel 29 Relatief bevoegd gerecht

Artikel 30 Procedure

Artikel 31 Beslissing van de rechterlijke instantie

Artikel 32 Kennisgeving van de beslissing

Artikel 33 Rechtsmiddelen

Artikel 34 Hogere voorziening en terzake bevoegde rechterlijke instanties

Artikel 35 Aanhouding van de uitspraak

Artikel 36 Gedeeltelijke tenuitvoerlegging

AFDELING 3 Gemeenschappelijke bepalingen van de afdelingen 1 en 2

Artikel 37 Stukken

Artikel 38 Ontbrekende stukken

Artikel 39 Certificaten betreffende beslissingen in huwelijkszaken en certificaten betreffende beslissingen inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid

AFDELING 4 Uitvoerbaarheid van bepaalde beslissingen omtrent het omgangsrecht en bepaalde beslissingen die de terugkeer van het kind met zich brengen

Artikel 40 Toepassingsgebied

Artikel 41 Omgangsrecht

Artikel 42 Terugkeer van een kind

Artikel 43 Verbetering van het certificaat

Artikel 44 Rechtsgevolgen van het certificaat

Artikel 45 Stukken

AFDELING 5 Authentieke akten en overeenkomsten

Artikel 46

AFDELING 6 Overige bepalingen

Artikel 47 Procedure van tenuitvoerlegging

Artikel 48 Modaliteiten van uitoefening van het omgangsrecht

Artikel 49 Kosten

Artikel 50 Rechtsbijstand

Artikel 51 Zekerheid of depot

Artikel 52 Legalisatie of soortgelijke formaliteit

HOOFDSTUK IV SAMENWERKING TUSSEN CENTRALE AUTORITEITEN INZAKE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID

Artikel 53 Aanwijzing

Artikel 54 Algemene taken

Artikel 55 Samenwerking in specifieke gevallen op het gebied van de ouderlijke verantwoordelijkheid

Artikel 56 Plaatsing van het kind in een andere lidstaat

Artikel 57 Werkwijze

Artikel 58 Vergaderingen

HOOFDSTUK V VERHOUDING TOT ANDERE INSTRUMENTEN

Artikel 59 Verhouding tot andere instrumenten

Artikel 60 Verhouding tot bepaalde multilaterale verdragen

Artikel 61 Verhouding tot het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen

Artikel 62 Geldingsbereik

Artikel 63 Verdragen met de Heilige Stoel

HOOFDSTUK VI OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 64

HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN

Artikel 65 Herziening

Artikel 66 Lidstaten met twee of meer rechtsstelsels

Artikel 67 Inlichtingen betreffende de centrale autoriteiten en aanvaarde talen

Artikel 68 Gegevens betreffende de gerechten en de rechtsmiddelen

Artikel 69 Wijzigingen in de bijlagen

Artikel 70 Comité

Artikel 71 Intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000

Artikel 72 Inwerkingtreding

BIJLAGE ICERTIFICAAT BETREFFENDE BESLISSINGEN IN HUWELIJKSZAKEN, BEDOELD IN ARTIKEL 39(1)

BIJLAGE IICERTIFICAAT BETREFFENDE BESLISSINGEN INZAKE DE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID, BEDOELD IN ARTIKEL 39(3)

BIJLAGE IIICERTIFICAAT BETREFFENDE BESLISSINGEN INZAKE HET OMGANGSRECHT, BEDOELD IN ARTIKEL 41, LID 1(7)

BIJLAGE IVCERTIFICAAT BETREFFENDE DE TERUGKEER VAN HET KIND, BEDOELD IN ARTIKEL 42, LID 1(11)

BIJLAGE VCONCORDANTIETABEL TEN OPZICHTE VAN VERORDENING (EG) Nr. 1347/2000

BIJLAGE VI