Home

Besluit donorgegevens kunstmatige bevruchting

Geldig vanaf 1 april 2025
Geldig vanaf 1 april 2025

Besluit donorgegevens kunstmatige bevruchting

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-04-2025]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 16 december 2002, nr 5200386/02/6, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 2, eerste lid, onder a en b, alsmede artikel 3, achtste lid, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting;

De Raad van State gehoord (advies van 18 maart 2003, nr. W03.02.0565/I).

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 1 augustus 2003,nr 5234240/03/6, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.

Artikel 2

Het maximumaantal moedercodes dat aan een donorcode wordt gekoppeld, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de wet, bedraagt twaalf moedercodes.

Artikel 3

1.

De fysieke kenmerken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet, een en ander zoals bekend op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen, betreffen:

  1. lichaamslengte;

  2. gewicht;

  3. huidskleur;

  4. kleur van de ogen;

  5. haarkleur en type haar.

2.

De opleiding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet betreft:

opleidingen of studies die op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen door de donor zijn voltooid dan wel nog worden gevolgd. Het beroep als in genoemd artikelonderdeel bedoeld, betreft het beroep dat de donor op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen uitoefent.

3.

De gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, van de wet, een en ander zoals bekend op het tijdstip van de terbeschikkingstelling van zaad- of eicellen, betreffen:

  1. leeftijd;

  2. burgerlijke staat;

  3. gezinssamenstelling;

  4. een door de donor zelf opgemaakte beschrijving van hem kenmerkende eigenschappen en karaktertrekken.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6